top of page

Praktijk & Werking

Mijn werk is geworteld in de Freudiaans-Lacaniaanse psychoanalyse.
 

Dat betekent dat we niet vertrekken van een probleem dat opgelost moet worden, maar van wat zich aandient in jouw spreken.
 

Niet alles wat vastloopt, laat zich meteen begrijpen. En niet alles wat begrepen wordt, verandert daardoor.

In mijn praktijk ontstaat ruimte om te onderzoeken wat zich herhaalt, wat blijft haperen, of wat nooit echt een plaats heeft gekregen.
 

Ik heb mijn klinische ervaring opgebouwd in verschillende settings, waaronder de volwassenenpsychiatrie (PC, Duffel) , kinder- en jeugdpsychiatrie (UCKJA, Antwerpen) en het werken rond rouw en verlies (De Bedding, Gent).
 

Sinds 2012 werk ik in mijn eigen praktijk, waar ik voornamelijk vrouwen en moeders begeleid rond vragen die raken aan identiteit, relaties, verlies en verlangen.

rebekka rogiest therapeut psycholoog mariakerke

Van praten naar spreken

Ik werk niet met vooraf bepaalde trajecten of doelen.
 

Wat hier gebeurt, vertrekt vanuit wat zich aandient in het spreken. Veel van de vrouwen die hier komen, hebben al veel geprobeerd: ze hebben begrepen, gedragen, aangepast.
 

En toch blijft er iets knagen. Iets dat zich niet zomaar laat oplossen.

In mijn praktijk is er ruimte om daarbij stil te staan, zonder dat het meteen richting moet krijgen.
 

Een sessie heeft geen vaste duur. Ze wordt afgerond op een moment dat voor het werk betekenisvol is. Meestal ligt dit rond de 30 minuten.
 

Dat betekent dat een gesprek soms korter is, soms langer, afgestemd op wat zich aandient.
 

Wanneer we starten, vraag ik een zekere regelmaat. Niet als verplichting, maar omdat dit nodig is om het werk te laten ontstaan.
 

Ik werk met een beperkt aantal mensen, en neem enkel nieuwe cliënten op wanneer dit werk passend is.

Als er een algemeen doel zou zijn dat ik in mijn werk voor ogen heb, dan is dat wel om op een andere manier in het leven te kunnen staan, dat de kwaliteit van jouw leven verbetert. Huguette Raes zegt dat heel schoon: "dat je niet voortdurend moet zitten klagen (al was het gewoon in gedachten): 

Oh, en mijne vent (vrouw), en mijnen baas, en mijn vader en ons moeder, en mijn broer en ons moeder... En hadden zij dit maar (niet) en hadden zij dat maar (niet) en ik ben zo moe dat ik mijn bed niet meer uit geraak... Of, waarom denk ik voortdurend aan/dat, goh, ik voel me zo mislukt, echt waar ik kan dit niet, ik weet niet hoe dit moet, Oh ik ben een slechte moeder/vrouw/dochter... Oh ik ben compleet op. Oh ik doe het niet goed. Oh, ik ga door de mand vallen op het werk. Oh, ik kan me niet langer sterker voordoen dan ik ben.

Dat dat allemaal voor een heel stuk opgevangen is. Zodat je kan zeggen: ja, goed. Dat waren de tekorten die er in mijn levensloop gebeurd zijn, zich hebben voorgedaan. Dit is hoe ik in de wereld sta. Dit is wie ik ben.

 

Dat je daar met een zekere rust mee kunt leven van. Dat je kan zeggen: ja, dit is mijn levensloop. Dit is mijn afkomst. Dat maak ik ervan. Ik neem verantwoordelijkheid. En de moeilijkheden? De tekorten? Die probeer ik zo goed en zo kwaad als het kan te dragen; zodat ze me niet meer verpletteren."

Waar spreken iets kan verschuiven

Sommige dingen verdwijnen niet vanzelf.
Ze blijven terugkomen,
op andere momenten, in andere vormen.
 

Niet omdat je het niet goed doet.
Maar omdat er iets is
dat nog geen plaats heeft gekregen.
 

In mijn praktijk is er ruimte om dat te laten spreken.
Zonder dat het meteen opgelost moet worden.
 

Niet alles hoeft begrepen te worden
om te kunnen veranderen.
 

Soms ontstaat er iets
precies op het moment dat woorden beginnen te vallen.
 

Je hoeft dat niet alleen te doen.

bottom of page